Posts tonen met het label KZ. Alle posts tonen
Posts tonen met het label KZ. Alle posts tonen

woensdag 1 september 2010

KZ Natzweiler-Struthof: Één schilder, één landschap, twee schilderijen

Één landschap - twee schilderijen
Gearresteerd en gevangen genomen, gedeporteerd en vervolgens tewerk gesteld in de groeve van concentratiekamp Natzweiler-Struthof. Doel o.a.: graniet winnen dat nodig was om naar het plan van Albert Speer te bouwen aan Hitler’s Welthaupstadt Germania, de toekomstige hoofdstad van het Derde Rijk als de oorlog eenmaal gewonnen zou zijn. Dat is naar schatting 52.000 mensen, veelal afkomstig uit het verzet in geheel Europa, gebeurd tussen mei 1941 en november 1944.
Het zogenaamde Nacht-und-Nebel kamp was het enige door de nazis gebouwde en gecontroleerde KZ op Frans grondgebied gedurende WO II en was o.a. bedoeld om opgepakte verzetsmensen spoorloos te laten verdwijnen.

Ongeveer 22.000 gevangenen hebben het niet levend kunnen navertellen.
Wie het wel overleefde was de auteur Boris Pahor. Opgepakt op basis van twee krantenartikeltjes in zijn nachtkastje maakte de Sloveen in nog geen anderhalf jaar tijd een gedwongen reis door een vijftal duitse concentratiekampen, waaronder Natzweiler-Struthof. Eind jaren zestig, na een bezoek aan het kamp temidden van toeristen, documenteerde hij zijn herinneringen in het boek “Necropolis” (stad der doden). Hij omschreef zijn gevoelens en herinneringen als “Ik ben een bewoner van dit oord”, daarmee doelend op het feit dat menig verder reizend toerist wellicht al bezig is met de planning voor de volgende dag, terwijl hij zelf nooit meer zal kunnen ontkomen aan het hier beleefde.

Een informatiezuil in het enkele jaren geleden gebouwde documentatiecentrum verwoordt het contrast tussen het vreedzame en prachtige uitzicht over het Vogezenlandschap enerzijds en de beladen geschiedenis van het kamp anderzijds treffend:
Het is alsof de schilder hier twee verschillende schilderijen heeft gemaakt van hetzelfde landschap






Cellenblok





Bonjour mon frère…

Cruauté, barbarie, sadisme,
appelle ça comme tu voudras
On a vraiment peine à croire,
et pourtant c'est comme ça.
Tu ne me crois toujours pas,
mais regarde,
regarde autour de toi
Regarde-les tous,
les copains,
tous,
et puis regarde-moi,
Que suis-je?
Un paquet d'os,
un déchet humain,
un simple numéro
Ou tout cela à la fois,
c'est-à-dire
zéro, plus zéro, égal zéro
Gegroet mijn broeder…

Wreedheid, barbaarsheid, sadisme,
noem het zoals je wilt
Het is echt moeilijk te geloven,
en toch is het zo.
Je gelooft me nog steeds niet,
maar kijk,
kijk om je heen
Bekijk ze allemaal,
de vrienden,
allemaal,
en kijk dan naar mij.
Wat ben ik?
Een zak botten,
een menselijk wrak,
een eenvoudig getal
Of al dat tegelijk,
dat wil zeggen
nul, plus nul, gelijk nul


Eugène Marlot, gedeporteerde uit Natzweiler




Urnenruimte

zaterdag 12 juni 2010

Even tot tien tellen ...

Baracke 38 Speiseraum

Datum: Woensdag 9 juni 2010
Tijdstip: circa 11.10 uur
Plaats: Baracke 38, Konzentrationslager Sachsenhausen, Deutschland
Moeilijkheidsgraad op de schaal van zelfbeheersing: 5 (=maximum)

Ieder jaar in juni gaat Bloodwoosj met collegae en eindexamenleerlingen op een 4-daagse reis naar de mooie Duitse hoofdstad Berlijn. Behalve ontspanning, cultuur, shoppen en een enkel museum maakt ook een gezamenlijk bezoek aan het 20 kilometer ten noorden van de stad gelegen concentratiekamp Sachsenhausen deel uit van het programma. Zo ook afgelopen woensdagochtend. Na een introductie bij de maquette naast het bezoekerscentrum en het passeren van het indrukwekkende “Arbeit macht frei” volgt nog een aanvullende uitleg op de immens grote Appelplatz en zijn de leerlingen daarna vrij om individueel, in groepjes of met een docent over het terrein te lopen en de diverse monumenten, tentoonstellingen, barakken en sites te bezoeken. Over onze leerlingen (de meesten rond de 16 jaar) hoeven wij ons niet bezorgd te maken. Zij vertonen telkens opnieuw gedrag waaraan menig volwassen bezoeker nog een voorbeeld zou kunnen nemen. Ieder jaar opnieuw blijft het ook voor onszelf een bijzonder moment hier een ochtend rond te lopen en geconfronteerd te worden met de onvoorstelbare gruwelijkheden waartoe de mensheid in staat blijkt te zijn.
Zoals gezegd, een bijzonder moment, zo ook dit jaar, maar dan wel op een totaal andere wijze dan alle voorgaande jaren. Ondanks dat dit na o.a. Bergen-Belsen, Dachau en Buchenwald zo ongeveer het tiende bezoek van Bloodwoosj aan een concentratiekamp moet zijn geweest stonden woensdagochtend om 11.10 uur in barak 38 even alle radertjes in de bovenkamer stil. Barak 38 is een gebouw in het zogenaamde “kleine Lager” waar na een brandstichting door neonazi’s in 1992 men een tentoonstelling over het leven van Joodse gevangenen aan de hand van persoonlijke levenslopen heeft opgebouwd. Ernaast in dezelfde barak kan men o.a. een originele wasruimte, toiletruimte en slaapruimte met stapelbedden voor 250 gevangenen bezoeken. Nietsvermoedend voor het vierde achtereenvolgende jaar binnentredend in deze indrukwekkende ruimte slingert een vinnige vrouwenstem mij op uitermate bitse wijze in het Duits een aantal teksten naar mijn hoofd:
Hoe wij “het in ons hoofd halen hier binnen te komen” terwijl “wij het haar onmogelijk maken haar groep informatie te verschaffen” en dat we “op zo’n plek als deze best wat meer respect mogen tonen” en of we dan maar “willen maken dat we wegkomen door naar buiten te gaan” en -nu komt ie, zet je even schrap en houd je goed vast-
“Ich bin Mitarbeiterin vom KZ”.

Wat????? Is mevrouw een educatief medewerkster van het concentratiekamp zelf? Tegelijkertijd flitsen er de meest uiteenlopende gedachten en gevoelens door mijn hoofd. Uiterlijk laat ik alles zo gelaten mogelijk over me heen gaan, knik instemmend ja, maar innerlijk galmt een stemmetje: “Bloodwoosj, nu even tot tien tellen anders gaan er bijzonder onprettige zaken uit je mond komen. En dat zijn géén zaken die de sfeer hier ten goede zullen komen.”
Frappant detail: terwijl de stil toehorende (Duitse?) scholieren met zijn tienen rustig op de houten banken in de originele eetzaal uit ’36-‘45 zitten, ligt de educatief medewerkster haast als een Caesar-achtig figuur schuin achterover leunend op een van de tafels om haar publiek op educatief verantwoorde wijze toe te spreken en ons asociale bezoekers op educatief verantwoorde wijze weer met twee voeten op de grond te brengen.
De druiven worden haar nog net niet tot de mond gebracht…
Let wel: barak 38 is een openbare ruimte waar eenieder zonder enige restrictie toegang heeft om rond te kijken en informatie tot zich te nemen. Binnen het KZ zijn verscheidene niet-openbare ruimtes die gebruikt kunnen worden voor lessen, voordrachten etc.
Educatief totaal onverantwoord telt Bloodwoosj zonder enig geluid uit te kramen tot tien en spreekt vervolgens de dichtstbijzijnde leerlinge van de eigen school toe: “Ga maar naar buiten anders word ik boos” om er nog aan toe te voegen “maar niet op jouw hoor!”.
Bij deze Suzy: sorry van mij!

Een tiental minuten later na het bezichtigen van de tentoonstellingsruimte met Nazipropaganda, wandelend langs resten van lederen voorwerpen die ooit toebehoord hebben aan joodse gevangenen en na wederom geraakt te worden door de afbeelding van “der Untermensch” is daar plotseling een wand waar iedere bezoeker zijn gedachten en gevoelens met een potlood op een vel papier de vrije loop mag laten gaan. Aan het eind van de dag wordt dan de wand leeggehaald door de medewerkers van het KZ zodat de vele duizenden bezoekers die morgen hier langs gaan komen ook weer voldoende plek hebben om hun boodschap op papier achter te laten.
De laatste zin trekt de aandacht van Bloodwoosj. Er wordt speciaal vermeld dat ook kritiek van harte welkom is.

Welnu, in mijn beste steenkolenduits heb ik mijn boodschap achtergelaten.
Na een serie lovende woorden over het vele vrijwilligerswerk, waarmee de belangrijke rol van KZ Sachsenhausen ook voor toekomstige generaties behouden wordt en het blaadje aan de achterkant ondertekend te hebben onder eigen naam en de naam van onze school, meende ik het gedrag van de virtuele druiven etende Mitarbeiterin op hopelijk constructieve wijze te moeten samenvatten met de laatste woorden: “Ich denke doch das wir allen gleich sind. Oder?”
De lezer ziet, in oprechte kritiek geven is Bloodwoosj niet zo goed.
In tellen tot tien des te beter.
Vandaag, zaterdag 12 juni 2010, drie dagen en vele malen tot tien tellen later, is een beschaafde, persoonlijke brief op milde toon en zonder “beschimpfende Wörter” naar de afdeling educatie van Konzentrationslager Sachsenhausen onderweg.
Bloodwoosj kan zonder schaamte weer recht in de spiegel kijken.
Nu maar hopen dat men ook in Sachsenhausen tot tien kan tellen.


Pathlogiegebäude KZ Sachsenhausen