Omaha Beach, Normandië. Dinsdag 29 oktober 2015.
Alvorens de bijzonder indrukwekkende begraafplaats van Colleville-sur-Mer te
bezoeken, alwaar ruim 9000 Amerikaanse soldaten begraven liggen die stierven op
en rond Omaha Beach in de eerste dagen na D-Day, nemen we eerst een kijkje op het
nabijgelegen strand van St. Laurent sur Mer, vlakbij de bekende kazemat "Ruquet", onderdeel van WN65.
St. Laurent sur Mer
6 juni 1944
Colleville sur Mer / Normandy American Cemetery and Memorial
St. Laurent sur Mer
Het is een paar uur eerder vloed geweest ter hoogte van de bunker bij WN65.
Zoals wel vaker liggen aan de laatste vloedlijn her en der wat aangespoelde touwen,
wat afgebroken plastic stukken van diverse gebruiksvoorwerpen, een paar
leeggelopen ballonnen, een enkele PET fles en een smal strookje houten takjes
en riet.
Een keertje schrapen langs de langzaam drogende vloedlijn levert
een handje vol zand op dat in een eveneens aangespoelde Evian fles mee naar
huis wordt genomen voor nadere beschouwing.
Een hand vol zand
Vanavond, een kleine zes weken later, gewapend met pincet, een zeefje en een
halve liter water, wordt uitgevist wat er zich in het hand vol zand bevindt.
Het resultaat, afgezien van 367
gram zand en wat natuurlijk materiaal voornamelijk in de
vorm van verdord gras en strootjes: een Bic-pennedop, vier wattenstaafjes, een
paar stukjes afgebrokkeld plastic, twee kleine steentjes en zo’n 130 nurdles (plastic
pre-productie pellets).
Pellet (ca 3 mm)
En nog een paar meer
Bonte verzameling pellets
De Duitse bezetter werd hier binnen een maand verdreven.
Het plastic uit onze wereldzeeën verwijderen gaat een paar dagen generaties
langer kosten.
Zeker nu blijkt dat de Europese Commissie enkele concrete doelstellingen met
betrekking tot de reductie van de plastic soep heeft losgelaten.
We leven zo’n 70 jaar in vrijheid, maar we slagen er steeds beter in een aardig soepje ervan te maken…
Gisteren was Bloodwoosj weer eens in Berg aan de Maas.
Als kind speelde ik er regelmatig langs de rivier en verwonderde ik me over de grote hoeveelheid takken en bomen die aanspoelden bij hoogwater in de winter.
Tegenwoordig verbaas ik me aan de Maas over iets totaal anders na hoogwater: Plastic.
Vooral de minder steile oevers van de Maas liggen ieder voorjaar opnieuw vol met kilo’s plastic.
Plastic draagzakken, plastic tasjes, plastic speelgoed, plastic tandenborstels, plastic aanstekers, plastic flessen, plastic bierkratten, plastic jerrycans, plastic huishoudartikelen, plastic wattenstaafjes, plastic ballen, plastic pennen, plastic voedselverpakkingen enz. enz.
Het is plastic, plastic en nog eens plastic wat de klok slaat.
Velen merken het niet op doordat men alleen op het asfalt naar en van de veerpont komt, maar zodra je even opzij gaat van de gebaande wegen komt het plastic je tegemoet. Het ligt er gewoon, maar je moet het wel willen zien.
Onderzoek in het kader van het Mosa Pura project door Gijsbert Tweehuysen heeft in 2013 uitgewezen dat gemiddeld er 15000 stukjes en stukken plastic per uur door de Maas richting Noordzee stromen. Daarbij zijn alleen de stukjes groter dan 3 mm en kleiner dan 25 mm geteld.
De vele tientallen PET-flessen en ander groot plastic zwerfvuil zijn daar dus niet eens bij meegeteld.
Heel deze handel stroomt richting de Noordzee en gaat op den duur deel uitmaken van de plastic soep. En dan te bedenken dat men de Maas een relatief schone rivier noemt…
Het plastic in (zee)water wordt door de natuur niet afgebroken, maar vervalt onder invloed van water, zout en zon in steeds kleinere stukjes, zogenaamde microplastics. Zo klein dat ze voor het menselijk oog nog nauwelijks meer waarneembaar zijn.
Deze microplastics worden door plankton opgenomen en belanden daarmee in de voedselketen.
Plankton eet plastic (bron: Youtube, ca. 1 min 45 sec)
Plankton eet plastic, vis eet plankton, mens eet vis.
Zo zitten we dus gewoon ons eigen plastic afval te eten.
Uit metingen over de gehele wereld is gebleken dat er zelfs plastic in zee komt dat het nooit tot kant en klaar product geschopt heeft, maar rechtstreeks van de fabriek in ruwe vorm afkomstig is.
De nurdles –zo heten de plastic korrels die je ook op de Nederlandse stranden tegenkomt- zijn pre-productie plastic korrels, ook wel pellets genaamd. Zij vormen de grondstof waarmee in de fabriek plastic voorwerpen worden gemaakt.
Uit het Engels is een wat poëtischer naam voor deze nurdles komen
overwaaien: mermaid tears, oftewel zeemeermin tranen. Met wat fantasie
zien de heldere exemplaren er inderdaad uit alsof ze een versteende vorm
van tranen zijn.
Mermaids tears (Zeemeermintranen) uit de Maas , Meers dec. 2014
Als zelfs plastic grondstof al in de wereldzeeën wordt aangetroffen zonder ooit tot kant en klaar product te komen, dan kun je rustig stellen dat we een probleem hebben.
We hebben onze plasticstroom verdomd slecht onder controle.
Het is daarom dat de zeemeerminnen moeten huilen.
Ook aan de Maas.
Ook aan de Maas?
Ja, ook aan de Maas!
Wie zich bukt aan de Maasoever en de grond langs een hoogwaterlijn goed bekijkt ziet ze ook hier al op de grond liggen. Dat wil zeggen, die nurdles die het (nog) niet tot de Noordzee geschopt hebben.
Wie goed kijkt ziet de nurdles ook langs de oever van de Maas
Nurdles lijken nogal op eitjes van kleine beesten en worden door vogels en vissen regelmatig voor voedsel aangezien. Daarbij komt ook nog dat nurdles stoffen als DDT en PCB’s aantrekken in toxische concentraties. Doordat nurdles van een afstand voor de mens lijken op kleine steentjes vallen ze voor de leek op het strand of langs een rivier nauwelijks op.
Het internet afspeuren naar metingen van nurdles langs rivieroevers levert vooralsnog nul treffers op. Net als systematische tellingen van plastic zwerfvuil is er door de verpakkingsindustrie vooral veel te verliezen als het plastic probleem kwantitatief in kaart gebracht zou kunnen worden. Onder druk van diezelfde verpakkingsindustrie dreigt nu zelfs een einde te komen aan een van de beste manieren om plastic PET-flessen niet in zee te laten belanden: statiegeld.
Het is niet voor niets dat er tussen de vele honderden PET-flessen aan de Maasoevers nauwelijks exemplaren te vinden zijn waar statiegeld op zit.
Ook de vele liter en anderhalf liter exemplaren die je er aantreft zijn, je zou het misschien niet verwachten, zonder statiegeld. De oorzaak: ze komen veelal uit België, een land waar men in tegenstelling tot Nederland momenteel geen statiegeld op grote flessen kent.
Maasoever Meers, april 2015
De plastic flessen liggen vooral bovenaan op de oever bij de hoogste vloedlijn. Wat lager op de oever liggen de kleinere stukjes plastic, veelal verspreid over verschillende vloedlijnen van elk zo’n tien tot vijftig centimeter breed.
Al peuterend en prikkend tussen uitgedroogd gras en riet is het vooral daar dat de nurdles te vinden zijn. Diverse soorten en kleuren zijn present maar vooral de heldere exemplaren springen direct in het oog. De donkere exemplaren vallen een stuk minder op.
Omdat er zoals gezegd op het wereldwijde web geen getallen over nurdles langs rivieroevers te vinden is en ik toch wel eens een idee zou willen hebben over hoeveel van die plastic korreltjes er langs de Maas liggen ben ik zelf aan het tellen geslagen. Om het een beetje systematisch en vooral beheersbaar en behapbaar te houden heb ik me beperkt één van de vier aanwezige hoogwaterlijnen. Ook die ene vloedlijn heb ik slechts ten dele bekeken en wel een strook van ongeveer 15 cm breedte en 100 cm lengte.
Om een idee te krijgen, de houten balk op onderstaande foto is 105 cm lang en 15 cm breed.
Nurdles tellen in een strook van 15cm x 100cm
Uitzicht vanaf de balk
Eerst werden de grotere stenen verwijderd, dan de kleinere die in de weg zaten en vervolgens werden alle nurdles die zichtbaar werden opgepakt, in een meegebracht potje gestopt en thuis geteld.
Het schokkende resultaat: 352 nurdles over een strookje vloedlijn van 15 cm breedte en 1 meter lengte.
wat naast de balk van de vorige foto lag
352 nurdles op 1 meter Maasoever !!!
Wie zich bedenkt dat de Maas twee oevers heeft, de nurdles zich niet beperken tot één vloedlijn, de onderzochte vloedlijn breder was dan 15 cm, de meeste nurdles niet langs de oever blijven liggen maar met het water meespoelen, de Maas alleen al in Nederland ruim 200.000 keer zo lang is als die ene meter en er naast de Maas nog wel meer rivieren in zee uitmonden, die begint het wellicht al een beetje te duizelen.
En de zeemeerminnen?
Zij huilen 24/7 voort, gevoed door microplastics en af en toe eens nippend aan een flesje Coca Cola Life...
Bloodwoosj trof gisteren tijdens een struintocht langs de
Maas te Meers (Limburg) drie badeendjes aan. In de winter (of tijdens een
eerdere winter) met hoogwater in het drijfhout verstrikt geraakt en met het
terugtrekken van het water aldaar achtergebleven.
Één badeendje was behoorlijk wit gebleekt en bevatte diverse gaten waar het
plastic afgebrokkeld was. Nummer twee zag er iets frisser uit, maar was zijn
piepstem toch in de loop van zijn (lange?) leven kwijtgeraakt. Met nummer drie
was iets bijzonders aan de hand. Behalve dat deze een stuk groter was dan de
andere twee en wel nog piepen kon, was hij aan de onderzijde genummerd!
Met onuitwisbare stift was er ooit “599” op geschreven. Gebleekt
door zonlicht en Maaswater maar nog steeds leesbaar.
nr. 599
“Vreemd” was in eerste instantie de gedachte. “Zou dit
eendje deel uitmaken van een wetenschappelijk experiment dat de verspreiding
van eendjes via waterwegen onderzoekt?”.
Daarbij denkend aan de belangrijke informatie over zeestromen die het vergaan
van een containerschip met badeendjes in 1992 en het daarop volgende onderzoekvan Curtis Ebbesmeyer in de loop der jaren opleverde.
verspreiding van 28800 in januari 1992 overboord geslagen badeendjes
(bron afbeelding: open source wikipedia)
Er vanuit gaande -dat indien het veronderstelde experiment
met badeendje nummer 599 inderdaad heeft plaatsgevonden- dit ofwel in Wallonië
ofwel in Frankrijk moet zijn geweest (zou het in Nederlands Limburg hebben
plaatsgevonden, dan hadden we er toch vast en zeker van gehoord), werd eens
gegoogled in het Franse taalgebied op trefwoorden “Canard en plastique” en
“Meuse”.
En ziedaar, de eerste treffer was direct prijs.
Een Franstalig krantenartikel waaruit blijkt dat badeendje 599 samen met 10000
(tienduizend!!!) soortgenoten op 7 oktober 2012 even ten zuidoosten van de stad
Luik in de Ourthe te water werden gelaten.
Niet als experiment, maar onderdeel uitmakend van een
wedstrijd, genaamd Ducksday 2012, georganiseerd door de plaatselijke Lions
Club.
nr. 599 bekijkt zijn eigen tewaterlating op youtube
De eendjes waren voorafgaand aan het evenement te koop voor 4 euro per stuk. De
regels simpel: wiens eendje als eerste over de finishlijn ter hoogte van het
park Boverie te Luik ging had gewonnen, de volgende verdiende prijs nummer twee
enz.
De prijzenpot bestond o.a. uit een reis naar Parijs, een mountainbike, diner-
en cadeaubonnen en zelfs een Peugeot 107.
Van de opbrengst van de wedstrijd en de bijkomende festiviteiten werden tevens
een aantal goede doelen gesponsored, zoals een tehuis voor Alzheimer patiënten,
een opleidingscentrum voor blindengeleide honden en een organisatie die zich
sterk maakt voor kinderen en adolescenten uit sociale achterstandswijken.
onderweg naar de finish
Opmerkelijk detail:
(citaat) “Le trajet
choisi élimine tout risque de voir un seul canard s’échapper vers la Meuse. La
darse qui sépare les eaux de l’Ourthe et de la Meuse empêche toute évasion de
canards en dehors du trajet choisi. En outre, le courant de l’Ourthe pousse tous les canards irrémédiablement vers
la Dérivation.
Des flotteurs en polystyrène d’un seul tenant par côté
seront installés en forme d’entonnoir. Plusieurs bateaux d’aviron de l’Union
nautique seront également présents afin de récupérer le moindre canard.”
Vrij vertaald:
“Het traject is dusdanig gekozen dat het onmogelijk is dat een
eendje zou kunnen ontsnappen en zijn weg naar de Maas vinden. De piervormige
dijk die de Ourthe en de Maas van elkaar scheidt verhindert iedere ontsnapping
van een badeendje buiten het gekozen traject. Bovendien stuwt de stroming van de Ourthe alle eendjes onomkeerbaar richting
Dérivation (waterweg tussen park en oostelijk centrum Luik). Drijvers van
polystyreen die aan de oever vastgemaakt zijn vormen een trechter. Meerdere
roeiboten van de Union nautique (Luikse vereniging) zullen eveneens aanwezig
zijn om de kleinste eend te vangen ”
Badeendje 599 leidde de organisatie (en de naïeve deelnemers) kennelijk goed om de tuin, want werd
op vrijdag 18 april 2014, ruim anderhalf jaar na zijn vertrek, aangetroffen in
een van de Maasuiterwaarden in Nederlands Limburg.
Ruim 50 kilometer
achter de finish.
Rijst de vraag: Hoeveel van die 10000 zouden er de zee bereikt hebben?
Van een stuw, sluis of natuurlijke hindernis is ter hoogte van en voorbij aan die finish geen
sprake. De organisatie moest het hebben van de eigenhandig aangelegde trechter
over de Maas/Ourthe-arm die plaatselijk zo’n 50 meter breed is.
Dat doet het vermoeden rijzen dat het eerste contingent badeendjes er op 7
oktober 2012 weliswaar met trechter en hand uitgevist werd, maar dat een aanzienlijk
restant uit wat men in wielertermen “de bus” noemt wel eens heel goed
ongefilterd koers heeft zien te zetten richting Noordzee.
Om van daaruit ongehinderd verder te kunnen gaan op weg naar de Plastic Soep.
Nummer 599 is het in ieder geval gelukt de trechter te passeren en hij zal beslist
niet de enige zijn geweest.
Werd in Nederland vorig jaar tijdens de kroning op het laatste moment
(gelukkig!) een ballonwedstrijd vanwege milieuredenen afgeblazen, daar is er
bij de duckraces nog genoeg voorlichtingswerk aan de winkel. In ieder
geval hoe men effectief verhinderen kan dat ook maar één eendje verder zwemt
richting Plastic Soep.
De meest effectieve manier is uiteraard helemaal geen duckraces te houden.
Dat lijkt voorlopig nog een utopie.
Wellicht valt met juiste voorlichting nog enig voortschrijdend inzicht bij organisatie en deelnemers te bewerkstelligen.
Op 15 juni 2014 zal er wederom een Ducksday in Luik plaatsvinden.
Prijs per eendje ditmaal 5 euro.
Hoofdprijs een Peugeot 207.
Het milieu vervuilen en daarmee nog een auto winnen ook, het
moet allemaal maar kunnen anno 2014.
Verder op de kalender de komende maand:
26 april 2014, Pétrusse (Lux), 13500 genummerde badeendjes, hoofdprijs is een
Citroën DS3. Mocht er hier één ontsnappen dan zal deze vroeg of laat niet in de
Maas maar in de Rijn belanden.
11 mei 2014, Jeker (Maastricht, NL), 10000 genummerde eendjes
zullen in de Jeker (zijrivier Maas) gedropt worden. Hoofdprijs: 1 jaar
gratis in een (gele) Mini rijden.
Hoe groot was de boete op zwerfvuil ook alweer?
Feitcode H022 (NL) stelt: 130 euro.
In België kan het oplopen tot bijna het dubbele.
Opsporing van de verantwoordelijken lijkt dankzij nummering en uniciteit van de
gebruikte eendjes niet echt een probleem. Toch?
Bij dezen van Bloodwoosj aan alle organisaties die niet in staat zijn hun
eendjes in eigen badkuip te houden alvast een welgemeend: “Fuck your duck”.
Fuck your Duck
Wilt u ook graag de duck fucken, mogelijk nadat u een
genummerd eendje gevonden hebt, maak -indien van toepassing- uw vondst/bedenkingen dan kenbaar op een
van de volgende facebookpagina’s:
Wat een lieflijk plaatje nietwaar? Afgelopen woensdag geschoten tijdens een wandeling. Blauwe lucht met wat lichte sluierbewolking, uitgestrekte velden vol koolzaad en daarboven uit een tiental windturbines. Welkom op de Vollrather Höhe, circa 35 kilometer ten oosten van de Nederlandse grens bij Roermond, enkele tientallen kilometers zuidwestelijk van Düsseldorf. De naam van deze 187 meter hoge bult in het landschap (die zoals op de foto hierboven te zien is van boven afgeplat werd) is afkomstig van het inmiddels verdwenen landgoed Vollrath. Momenteel herinnert nog slechts een gedenksteen aan het feit dat het landgoed hier ooit geweest is. Vollrath (en ook tal van andere landgoederen en boerderijen in de buurt) werd in 1953 afgebroken omdat er onder de grond bruinkool te vinden was. Nadat eerst de hele omgeving kaal gemaakt en de bovenlaag afgegraven werd kon aan de winning van bruinkool uit groeve Garzweiler I begonnen worden. De totale oppervlakte van groeve Garzweiler I bedroeg 66 km². Een grote gapende wonde in het landschap. In de zoektocht naar steeds schaarser wordende fossiele grondstoffen werd inmiddels een concessie verkregen voor groeve Garzweiler II, met 48 km² niet veel kleiner. Waar in Nederland enkele tientallen actievoerders met succes dagen achter elkaar het landelijk journaal halen bij een protestactie om het kappen van een stuk bos van nauwelijks meer dan twee voetbalvelden, lijkt het in Duitsland de gewoonste zaak van de wereld om complete dorpen met de aardbodem gelijk te maken zonder dat er een haan naar kraait. Ook voor Garzweiler II, een gigantisch gat in de aardbodem, moesten inmiddels meerdere duizenden mensen uit diverse dorpen en dorpjes gedwongen uit hun huizen vertrekken en zullen er nog enkele duizenden gaan volgen tot in 2048. De straat waarin je gewoond hebt, de school waar je hebt leren schrijven en rekenen, het voetbalveld waar je altijd rond rende in je jeugd, alles wordt gesloopt en afgebaggerd. Een traumatische ervaring, zeker als je mag toezien hoe zelfs het kerkhof ontmanteld wordt om de doden elders te herbegraven. Energiegigant RWE (jawel, diezelfde firma als onlangs in Nederland Essent overnam) vreet zich langzaam van Oost naar West door het landschap van de deelstaat Nordrhein Westphalen en laat daarbij een spoor van vernieling en vernieuwing achter. Complete autobanen worden gesloopt en enkele jaren later als de baggers langs zijn weer opgebouwd op kosten van het bedrijf. De firma gaat er prat op het beste met het milieu voor te hebben, maar onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat de zogenaamde gerecultiveerde gebieden die ontstaan na het opvullen van de afgegraven gebieden met een nieuwe toplaag zeer monotone biotopen zijn. Waar vroeger ettelijke duizenden dieren en plantensoorten voorkwamen is de nieuwe natuur erg eenzijdig en beperkt tot een maximum van 400 soorten. Zo komen op de afvalbergen rondom Garzweiler erg veel berkenbomen voor en weinig andere soorten. Logisch, want berken zijn bij uitstek een soort die op schrale grond goed gedijt. De geplaatste windmolens, inderdaad een milieuvriendelijke vorm van energiewinning, leveren echter slechts een schijntje van de enorme hoeveelheid die door verbranding van kolen in een centrale geleverd wordt. Ter vergelijking: om evenveel energie te kunnen leveren als de enkele kilometers verderop liggende bruinkoolcentrale, zijn 4935 (vierduizendnegenhonderdvijfendertig!!!) windturbines van het type Tacke TW600 nodig. Op de Vollrather Höhe staan er 13 …
Nog steeds een lieflijk plaatje? Kijk dan eens naar de foto’s hieronder die Bloodwoosj eerder maakte alles binnen een straal van 8 km van het lieflijk plaatje aan het begin van deze blog.
Bloodwoosj & Bloomefiemel bloggen over uiteenlopende zaken, gezien, gehoord, bijgeweest of meegemaakt. Alle foto's op deze blog zijn gemaakt door Bloodwoosj of Bloomefiemel en mogen zonder uitdrukkelijke toestemming van de maker niet elders gepubliceerd of gereproduceerd worden in welke vorm dan ook.
Uiteraard geldt exact hetzelfde voor de teksten.