Posts tonen met het label uit je dak. Alle posts tonen
Posts tonen met het label uit je dak. Alle posts tonen

maandag 5 augustus 2013

Ode aan Leslie (in 25 plaatjes)





Ode aan Leslie (in 25 plaatjes)

by Orgel Vreten & Vrienden
Venlo Zomerparkfeesten
4 aug. 2013





































































































nou Robin en Thijs,
in principe bedankt !!!
B&B.








woensdag 16 mei 2012

The Hammond orgasm for Dummies

Na een zondag namiddagje Mama’s Pride hadden B&B honger gekregen. En wat doe je dan als je op maar een paar honderd meter van het festivalterrein woont? Dan ga je gewoon even thuis eten tussendoor. Dus, na Peter Beeker’s ruwe rock, Mr. Polska’s klitsige rep en Baxter Dury’s ingetogen pop besloten we tijdens het opbouwen van het School-is-Cool podium in het eigen honk de inwendige mens te gaan versterken.

We zouden om 18.45 terug zijn voor Orgel Vreten, want dat wilden we beslist zien, ook al was onze eigen honger inmiddels gestild middels zelfgemaakte kroketten met sla.
Om 18.46 liepen we nog ter hoogte van de schaats annex wielerbaan toen we de moderator hoorden aankondigen dat de orgelvreters de bühne op zouden komen. Maar, eer de beste man was uitgepraat stonden we gelukkig al op het festivalterrein en van daar was het nog maar een klein stukje tot een meter of 15 voor het podium, waar het inmiddels een stuk drukker was dan bij het optreden van Baxter Dury.



Op het podium vanuit het publiek gezien helemaal links bassist Jan Teertstra. Aan zijn gezicht te zien heeft hij er zin in. Rechtsachter verscholen zit drummer Wouter Rentema, zijn gezicht kunnen we niet zien. Midden vooraan staan twee Hammond-orgels neus tegen neus met daarachter aan de rechterkant Robin Piso (toetsenist DeWolff) en aan de linkerkant Thijs Schrijnemakers (Wende, Stereo). Beide orgelvirtuozen zijn gekleed in een jaren 70 retro kostuum, waarbij de roodzwarte versie van Piso, en vooral de houding die hij daarin aanneemt tijdens het spelen, doet denken aan de in een dito pak (maar dan wit) gehesen organist (of was het een schilder?) op de binnenhoes van Jethro Tull’s Aqualung album. De blauwgekleurde, met witte opgenaaide epauletten tegenhanger waarin Schrijnemakers zich vandaag (en ook tijdens eerdere optredens) gehesen heeft, geeft hem een ietwat formelere uitstraling, alsof hij de kapitein is van de Hammond Warrior, het vierpersoons schip waarmee de heren vandaag niet een spelletje Zeeslag, maar een heuse Hammond Battle gaan spelen.
Het principe van de Hammond Battle gaat alsvolgt: neem een paar nummers van klassiekers als Jimmy Smith, Deep Purple of het wat obscuurdere Santa Barbara Machine Head, hak het geheel fijn in een keukenblender, zet er een vette bas en rockende drummer als ritmesectie bij, lardeer het geheel met wat sausjes van telkens andere gastmuzikanten en laat twee zichzelf “ze professeurs” noemende chefkoks het in een Clash of the Titans (lees: Battle of the Organs) opdienen waarbij het organische duo onderling voortdurend poogt elkaar vanachter de Hammond de loef at te steken.

Als je het vooraf hoort vraag je je af of voor deze orgelmuziek wel een publiek is. Bij “orgel” moet Bloodwoosj denken aan de riedeltjes van zijn vroegere buurman, koster en organist in de plaatselijke R.K.-kerk. Of aan van die eindeloos voortbroddelende fuga’s van Bach in het zondagochtendprogramma van –toen nog- Radio 4.
Wat zich echter hier op het mmp- podium voltrekt heeft niks, maar dan ook helemaal niks met het saaie imago dat in Bloodwoosj’s hoofd zit te maken. Orgel Vreten is niet van deze wereld. Orgel Vreten is een ruimteschip dat vanuit de spelonken van de rockgeschiedenis zojuist in Geleen is geland en ons onaards mooie, soms stampende, dan weer melodieuze psychogroovebluesrock voortovert. Ondanks de afwezigheid van zang, op het rappende “Just as Easy” en een gastoptreden van Pablo van de Poel na, blijft het van begin tot eind boeien. Door kwaliteit, afwisseling en vooral originaliteit en eerlijkheid.

Ieder doodnormaal mens zou in Geleen de vraag “Zijn er hier ook mensen uit Sittard” moeten bekopen met hoongeroep. Schrijnemakers niet. Hij trekt er regelmatig zo’n guitig en ontwapenend gezicht bij dat deze op Geleens territorium doorgaans levensgevaarlijke vraag slechts brede glimlachjes en gniffelend gegrinnik bij het publiek teweeg brengt. Zelfs bij het Geleens deel ervan!






Ze spelen voor het eerst buiten, zo laat Thijs weten. Als door hem op een gegeven moment wordt gevraagd of het publiek Deep Purple wil horen merkt hij droogjes op: “dat zouden jullie wel willen hè, maar dàt nummer spelen wij vandaag lekker niet voor jullie”. En weer komt hij ermee weg en moet het publiek erom lachen.

Eerlijk is eerlijk, zijn droge humor ìs ook leuk en past prima als cement tussen de Hammond-battles die staan als een huis. Robin beweegt voornamelijk in voor en achterwaartse richting enthousiast heen en weer, daarbij zijn blik vooral gericht op zijn eigen instrument. Thijs draait en kruipt over, onder, voor, achter en rond zijn orgel, kijkt regelmatig triomfantelijk richting publiek en laat daarbij geen enkele richting onbenut. Het is dat er om geluid te produceren altijd minstens één vinger op een toets moet blijven, maar de wetten van Newton lijken op hem nauwelijks van toepassing en je zou bijna vermoeden dat hij ieder moment een dubbele Rittberger boven zijn Hammond kan gaan uitvoeren. Geen wonder dat een van de eigen composities de titel “Organasm” draagt.
Wellicht zou een portable Hammond de ideale uitvinding voor Thijs zijn.
Maar dan wel eentje zonder USB-poort. De jongens zweren namelijk bij analoog.



Het publiek heeft er lol in, Thijs heeft er lol in, Robin heeft er lol in en de twee overige bandleden hebben er ook lol in. Die lol willen ze er ook in houden, vandaar dat men ervoor gekozen heeft om niet op alle aanbiedingen voor optredens in te gaan en slechts op een beperkt aantal plekken optreedt. Afgelopen maand waren dat Paaspop te Schijndel (8 april), Rotown Rotterdam (6 mei), de Effenaar te Eindhoven (10 mei), de Sugar Factory in Amsterdam (11 mei), Tivoli in Utrecht (12 mei) en vandaag zondag 13 mei 2012 dan als afsluiter van de kleine clubtournee voor het eerst in het eigen Limburgse Land op Mama’s Pride.
Schrijnemakers merkt op een gegeven moment op: “Wat we nu gaan spelen is het moeilijkste nummer. Gisteravond ging dat mis. We willen vandaag hier niet voor lul staan, dus we doen ons best.”
Nou, dat had Thijs niet hoeven zeggen. Ook van afstand kan het publiek aan de soms verbeten trekken op hun gezichten aflezen dat Thijs en Robin hun uiterste best doen. Van stress lijkt geen sprake. Overgave en gevoel in een ontspannen sfeer.

Tegen het eind van de set maakt gitarist Pablo van de Poel zijn opwachting. Gisteren zat hij nog in Italië voor de promotionele doeleinden van DeWolff, vandaag beklimt hij na een paar minuten spelen met gitaar en al de Hammond-orgels van Piso en Schrijnemakers om vanaf daarboven het publiek uit zijn dak te laten gaan.











Aan het eind van de drie kwartier Orgels Vreten steekt Pablo beide handen vanaf zijn verhoogde podium gestrekt de lucht in. Er volgt een dik verdiend applaus vanuit het publiek.
Hungry like DeWolff…
Ondanks zijn grote honger is het Thijs uiteindelijk niet gelukt Pablo’s gitaar op te eten.


De programmeurs van Mama’s Pride hebben het goed gezien; dit was een memorabel hoogtepunt van de bovenste plank.
Wie hier niet op klaarkomt is ofwel frigide ofwel doof.

Op 15 mei, twee dagen na dit optreden, zal bekend worden gemaakt dat Orgel Vreten dit jaar op Lowlands speelt.
In tegenstelling tot bij het North Sea Jazz Festival hebben de talentscouts van Lowlands dus duidelijk wel het boek “The Hammond orgasm for Dummies” gelezen.

Bloodwoosj en Bloomefiemel zullen de volgende keer dat Bach op de radio fantasieloos zijn rondjes draait niet meer aan een R.K.-organist denken, maar heimelijk glimlachend terugverlangend naar drie kwartier orgelvreten met Robin en Thijs.
Om vervolgens het stekkertje in de "phono" ingang te pluggen en via de buizenradio naar de tot 300 stuks gelimiteerde vinylregistratie van het Effenaarconcert te luisteren...



donderdag 15 december 2011

Stockholm? Stockholm! - Welcome to the alternative dancefloor

Een van de vele beslommeringen waarmee Bloodwoosj (en Bloomefiemel trouwens ook) zijn vrije tijd doorbrengt is het luisteren naar muziek. In de jaren negentig konden we nog wel eens uit ons dak gaan in een tot “discotheek” omgetoverde koeienstal in Hulsberg, toendertijd gebukt gaand onder de naam “B52”, maar helaas is anno 2011 weinig plek meer voor uitgaansgelegenheden waar je op dansbare alternatieve muziek van toen en nu uit je dak mag/kan gaan.
Af en toe zet je thuis nog wel eens zo’n glimmend zwart schijfje op, maar in de huiskamer wave-achtige bewegingen maken zorgt er bij de eerste stappen al voor dat de plantenpotten onbedoeld van de kast afsodemieteren, dus dat laat je dan al snel uit je hoofd.
Eens in het jaar een wave-reünie links of rechts is dan een schrale troost, maar ook niet echt zaligmakend.
Als tussenoplossing heeft Bloodwoosj voor in de auto wat CD-tjes gebrand met van die energetische melodietjes uit vervlogen tijden, aangevuld met wat mooie onontdekte pareltjes van nu, waar je gewoon niet op stil kunt blijven zitten. Op weg naar het werk is er zo regelmatig een half uurtje “Back to the eighties” met allerlei songs die vroeger in de B52 gedraaid werden (of soms niet…).
Zoals daar zijn (om er maar een paar te noemen): “Fait accompli” van Curve, “Bob’s yer uncle” van The Happy Mondays, “Welcome to Paradise” van Front 242, “Oh la la” van TC Matic, “Eisbär” van Grauzone en “Kiss them for me” van Siouxie & the Banshees.
Stuk voor stuk nummers waarop B&B echt niet stil kunnen blijven zitten en op zijn minst met enige ledematen ritmisch ergens op moeten tikken of slaan.
Soms waren er ook wel eens nummers waarvan je dacht: “Waarom nou zo’n saai nummer, echt niks voor de alternatieve dansvloer, die groep heeft toch veel betere dingen gemaakt?”. Eén van die nummers was “Stockholm” van de New Fast Automatic Daffodils. De groepsnaam was een hele mond vol en daarom werd die dan ook regelmatig afgekort tot de New FADs. Zoals gezegd, soms vraag je je af: “Waarom nou toch dat nummer?”. Het was wel een aardig nummer dat Stockholm, of het over het Stockholm-syndroom handelde -op zich ook een interessant gegeven- hebben we nooit echt begrepen, maar de New FADs hebben wel betere dingen gemaakt.
In ongeveer hetzelfde gematigde ritme en met eenzelfde sombere ondertoon, maar stukken beter valt ons in: “It’s not what you know” (it’s who you know), maar met kop en schouders er boven uit stekend en tien keer zo dansbaar was “Fishes Eyes” (dat slechts zeer zelden gedraaid werd) en nog een stapje hoger en energieker was het nummer “Get better” geproduceerd door de veel te vroeg gestorven Martin Hennett. Volgens de Engelstalige wikipedia entry is de door Hennett geproduceerde muziek (o.a. Closer van Joy Division) te omschrijven als “Sparse, eerie and spacious”, oftwel in plat ABN “dun, vervreemdend en ruimtelijk”
Waar “Get better” zeker uitblonk in ruimtelijkheid en vervreemdendheid was “Stockholm” weliswaar een beetje eerie, maar bepaald niet spacious en af en toe zelfs een beetje zeurderig.
Anno 2011 worden er weinig platen meer van het kaliber Hannett (Joy Division, Magazine, A Certain Ratio) of John Leckie (de man achter het vroege geluid van de Simple Minds) gemaakt. Heel af en toe duikt er bij wijze van uitzondering een pareltje op tussen de overwegend op bling-bling gerichte “pop”muziek van het nieuwe decennium. En meestal is dat dan niet in de categorie mainstream zoals die vaak op 3FM te horen is, maar vooral in de alternatieve scene die op de radio veeeeel te weinig gedraaid wordt.
Sinds vandaag is er dat nieuwe nummer dat in de heilige koe van Bloodwoosj flink wat keren gedraaid zal gaan worden: “Stockholm” !!!
Nou zal de lezer wellicht denken: “Stockholm”??? En net schreef je nog dat dat niet zo veel soeps was?
Inderdaad, dat klopt. Maar, that was then, this is NOW.
Sinds vorige week is er namelijk een nieuw en complete ander “Stockholm” verschenen en wel “Stockholm” van de Dead Social Club,een volgens eigen zeggen post-punk indie-electronic band uit Londen.
Geen flauw idee wie achter de producerknoppen heeft gezeten, maar als iemand me zou zeggen dat John Leckie het verend-sferische ritme van de Simple Minds’ “Fear of Gods” wat extra vaart heeft bijgezet en er plots een funky gitaarspeler is bijgeplaatst met een electronisch orgel van de Hacienda-club als achtergrond-decoratie zou ik denken: “het zou zo maar kunnen…”
In tegenstelling tot het Hannett-geluid is de sfeer van Stockholm eerder te omschrijven als “rhytmic, melodic, funky and spacious”. En danceable natuurlijk.

Dead Social Club: Stockholm

Wie, afgaand op bovengenoemde lijst van nummers uit de B52 van weleer, mocht denken dat het geluid van de Dead Social Club (kortweg DSC) nogal gedateerd klinkt heeft het mis. Het is, alhoewel de heren ongetwijfeld hun klassiekers kennen, onmiskenbaar een geluid van nu.
Het start allemaal met een orgelachtig aanzwellend geluid dat beginnend met twee stevige drumslagen na een tiental seconden vergezeld wordt van een denderend drumstel dat je meeneemt op een vliegend dekentje, reizend door een wolkenbehang van een eenvoudige maar doeltreffende baslijn, ruimtelijk synthetische orgelgeluiden, ritmische gitaarriffs met tussendoor een korte ingetogen zweefvlucht die dan met wat aanzwellende bliepjes weer uitmondt in dat uiterst dansbare ritme dat het geen drie maar maarliefst 5 minuten en 46 seconden uithoudt en je dan aan het eind middels een langzaam dovende orgel-synthesizer zweverig, maar met beide voeten back-to-the-floor achterlaat.

Our heart suggests common innocence
Courtesy of a brief history
Concerned I fall to a generous style
To trade you in when I had the chance

My love falls for you
It keeps me on this island
It keeps me on this island


De Dead Social Club.
Geen bling-bling, geen grote platenbaas of promotor in hun rug en met, het kan niet vaak genoeg gezegd worden, veel te weinig airplay. Dat is jammer.
Op BBC6 worden ze weliswaar wel eens gedraaid, maar hier in de lage landen moeten ze blijkbaar nog ontdekt worden. Wie weet komen er ooit nog andere tijden en krijgt hun eenmalige optreden op Conincx-pop afgelopen zomer een vervolg in onze contreien.
Jammer ook dat de song niet op zo’n mooie zwarte schijf te krijgen is.
Gelukkig is daar nog het internet en de digitale download.
Geheel in het do-it-yourself motto dat -alweer- voor het punk en new wave tijdperk zo kenmerkend is, is de song te downloaden vanaf de bandcampsite (http://deadsocialclub.bandcamp.com/track/stockholm) voor een bedrag naar keuze.
Minimaal 15 pence, omgerekend nog geen 20 eurocent.

B&B houden van zwarte en glimmende schijfjes, tegen acceptabele prijs in de winkel of op het web gekocht, die je dan thuis in zo’n antiek apparaat kunt stoppen om van te genieten.
Maar voor Stockholm van de Dead Social Club maken we graag een uitzondering.
Dat gaat gedownload worden zolang er nog geen CD uit is.
Woonden we maar in Londen.
Zucht…


DSC @ Conincxpop NL July 2011

maandag 9 mei 2011

Een beetje vreemd, maar wel lekker !


Pak “Architect” van dEUS, leen een gitaar uit de Entertainment!-tijd van het oncommerciële Gang of Four, draai eens “Real to Real Cacophony” van de Simple Minds (toen ze nog durfden anders dan anderen te zijn) en stel je voor dat een groep jonge mannen vol passie de longen uit hun lijf schreeuwen.
Dan heb je Krach.
Ze heten niet alleen Krach, ze maken ook Krach. En dat in de meest positieve zin van het woord. Wat vanmiddag op Mama’s Pride uit de kiosk geblazen werd deed regelmatig denken aan de experimentele electrorock à la “Atlas” van Battles. Net zo energiek, net zo experimenteel en net zo’n soundbeeps waar je je soms van afvraagt: “Was dat nou vals of was dat de bedoeling?”


Kapitein haak schreeuwt uit volle borst

Was het begin jaren tachtig de reeds genoemde “Gang of Four” die zongen “I love a man in a Uniform”, Krach was vandaag met zijn vijven en de uniformen waarmee ze het podium opkwamen gingen, met dank aan de warme moederdagszon, al snel uit. Nog voor “Do the Wave now” aan de beurt was stond het quintet in hun wifebeaters te dansen en zweten dat het een lieve lust was en op “So I do a little dance” liep de temperatuur zowat op tot the boiling point. Niet verwonderlijk dat de bretels van Kapitein Haak halverwege werkeloos rond zijn bovenlichaam zwengelden. Speel je de gitaar bij de plaatselijke feesten en partijtjesband dan is dat geen probleem, speel je bij Krach, dan is dat toch andere koek. Maar, de mannen komen van goeden huize want uiteindelijk slaagden ze er allemaal in die broek handmatig op te houden en gelijktijdig toch nog hun instrument te bespelen.

Een uiteenlopende mix van bleeps, electrorock, gitaarrifs en stevig vlammende drumbeats maakte dat het voor het podium steeds drukker werd. Jammer dat ze maar 40 minuten mochten spelen, maar de mannen gingen er die 40 minuten dan ook voor de volle 100% voor, zo demonstreerden ze tot het bittere eind.


Bleep goes clap

“Het laatste nummer wat we gaan spelen is een beetje bluesrock. Dat schijnt hier helemaal de bop te zijn”, Aldus frontman Haak, om vervolgens met megafoon en al het publiek in te springen en te demonstreren wat vanmiddag om Mama’s Pride nou écht de bop was.

Dat mogen we graag zien, zo’n raggende krullenman die met de megafoon in de hand tekeer gaat tussen de kuise mama’s.
In de stands (“bij de merchandising”) zijn er oordopjes à 1 euro te koop.
Voor als het je allemaal teveel wordt.
Shout and play it loud!
Veertig minuten zijn snel voorbij. Veel te snel. Gelukkig hebben we de foto’s nog.
Krach; een beetje vreemd maar wel lekker…


Wie de jeugd heeft, heeft de toekomst

Megakrach

Haak goes bezerk

zaterdag 8 mei 2010

Mama's Pride: Get on the good foot

Funktransplant live @ Mama's Pride 8 mei 2010
Zojuist zijn B&B naar de eerste avond van het in os eige Gelaen georganiseerde Mama’s Pride popfestival geweest en mochten daar een optreden meemaken van The Funktransplant & Joe “Defunkt” Bowie. Je ziet het niet vaak meer maar gelukkig bestaan ze nog: bands die niet vallen voor arrogantie of geld, die zelf uit hun dak gaan bij ieder optreden, waar het plezier vanaf straalt en die (terecht) teleurgesteld zijn als de organisator ze vanaf de zijlijn staat toe te gebaren dat ze nu echt moeten stoppen,
“Jamaar, wel willen nog zo graag een laatste nummer spelen. Het is een echt vet nummer!” was er nog net uit de mond van een van de zangeressen te horen voordat haar volume door de geluidsman dichtgedraaid werd.
“Nee dat kunnen we echt niet maken” roept vervolgens de moderator door de microfoon.
Inderdaad jongens, dat kun je niet maken als de wethouder van cultuur ook zonodig het podium op moet om aan te kunnen kondigen wie hierna nog komt. Logisch want zometeen moet er iemand optreden die veel belangrijker is (lees: die meer geld heeft gekost). Welnu, van ons had Caro Emerald die op lauwe wijze haar dingetje staat te doen niet zonodig gehoeven. Na een vijftal zielloze songs nog steeds een stijf kijkend gezicht, dus B&B afgetaaid naar huis. Nee, dan The Funktransplant, dat was nou nog eens wat je noemt een vette sound met ziel.
Tear the roof down sucker. Funkenstein is still alive !
Al ietsje langer trouwens dan vandaag ;-)
We schrijven het jaartal 1981.
De jeugdige Bloodwoosj en zijn even jeugdige buurjongen delen een passie voor muziek. Buurjongen voor het maken ervan op zijn buegel, Bloodwoosj niet zo zeer voor het spelen van een muziekinstrument, maar des te meer voor het luisteren ernaar. Ondanks onze ruim uiteenlopende smaken was er één gemeenschappelijke factor: de eind jaren zeventig opgekomen jazz-funk en funk-rock stroming. En dan met name het gebruik van de basgitaar daarin.
Als Larry Graham hamerde en plukte gingen we compleet uit ons dak. Stanley Clark had een zeer tot onze verbeelding sprekend nummer getiteld “Play the bass 10^3”. Via Jaco Pastorius hoorden we op een elpee voor het eerst wat een fretloze bas was. Overigens, voor kinders van de eenentwintigste eeuw die niet weten wat een elpee is: een elpee is zoiets als een ceedee, maar dan groter en zwart, met zijn 30 cm doorsnee dermate onhandelbaar dat je er een waar gevecht mee moest leveren op je fietsje in de wind om hem zonder kleerscheuren thuis op de platenspeler te krijgen.
Op een saaie zaterdagochtend werd het plan geboren om de wereld mede te delen wat het vetste instrument op deze aardkloot was. SMS, e-mail, twitter, blogs, het moest allemaal nog uitgevonden worden, maar deze twee pubers wisten wel raad met de verspreiding van “het woord”.
Na een vlijtig middagje stratenmakersarbeid was het dan zover, onze boodschap was klaar. Middels een zestigtal ondersteboven gedraaide stoeptegels (van onder hadden ze een iets lichtergrijze kleur dan van boven) werd “het woord” de wereld in gestuurd. Met metersgrote letters stond er te lezen:

BASS !!!


Het moet gezien kunnen zijn door zowat iedere toerist als die vanuit zijn -op wat toen nog gewoon vliegveld Beek heette- naderende vakantievliegtuig door het kleine ronde raampje tijdens de landingsprocedure naar beneden keek. Jaren lang is het zo blijven liggen, totdat de gemeente het nodig vond de tegels in de hele straat eens op te kuisen en netjes in het gareel terug te plaatsen.
Jammer dat we het zelf nooit van boven hebben kunnen zien.

Nog een liedje! Nog een liedje!

 Funktransplant live @ Mama's Pride 8 mei 2010