woensdag 19 mei 2010

Waiting for a train that never comes (War is over)

Chemin de Fer
Takken hangen overdwars, klaver groeit in grote cirkels op de grond en aan weerszijden neemt mos langzaam bezit van de verhoging. Hier en daar een waarschijnlijk tijdens een najaarsstorm omgevallen boom, waarvan vele eveneens bedekt met een volgroen zacht laagje mos. De klimop die ooit langs de stammen slingerde kruipt sporadisch eerder over de grond dan omhoog. Zover het oog reikt is het groen.
Geopend op 1 november 1917, toen nog deel uitmakend van de Deutsche Reichsbahnen in Elzas-Lotharingen, liep hier de strategisch belangrijke spoorlijn van Merzig naar Bettelainville. Lang hebben de Duitsers er niet van kunnen profiteren. Op 11 november 1918 was de eerste wereldoorlog ten einde en na de vrede van Versailles in 1919 ging de spoorlijn officieel over in handen van de Franse Chemins de fer d`Alsace et de Lorraine
Omdat de lijn van strategisch belang was, is er nergens een gelijkvloerse kruising gebouwd, maar loopt het spoor overal door een ongeveer 20 meter diepe gleuf die in het landschap uitgegraven werd. Tussen de twee wereldoorlogen liepen er gemiddeld zo’n drie vaste passagiersverbindingen per dag in beide richtingen. Maar wat minder opviel in die gleuf in het landschap was dat het leger er ook grondstoffen en materieel vervoerde richting grens. En dat waren heel wat meer dan drie treinen per dag.
In 1870 was Elzas-Lotharingen door een Duitse verrassingsaanval al eens in handen van de vijand gevallen en dat mocht niet nog eens gebeuren. Dus moest er een verdedigingsgordel aan de grens gebouwd worden: de Maginotlinie, een gordel van ruim honderd forten en nog eens vier keer zoveel kazematten, startend bij de Belgische grens bij de Noordzee, eindigend bij de Italiaanse grens aan Middelandse Zee. Sommige forten bestonden al sinds de eerste wereldoorlog, maar de meesten moesten nieuw gebouwd worden. Daar heb je mankracht en bouwmateriaal voor nodig. Véél mankracht. En nog véél meer bouwmaterialen. En wat kun je beter gebruiken dan een in het landschap verborgen spoorlijn om je manschappen, cement en ijzer ongezien richting de grens te vervoeren. De Maginotlinie werd een kostbaar grapje. 2,9 Miljard Francs, anno 2010 ongeveer 1,5 Miljard euro, voor die tijd een abnormaal hoog bedrag en zeker een flinke aderlating voor een land dat toch al in een financiële crisis verkeerde.
Maginotlinie of niet, de Duitsers verrasten de Fransen in 1940 opnieuw. Via de Belgische Ardennen vielen ze Frankrijk binnen op de plek waar de Fransen hen het minste verwachten en de linie het zwakste was.
Veel Franse bunkers en forten bleven onbeschadigd en werden in de vijf volgende bezettingsjaren door de Duitsers gebruikt als fabriek maar de in het landschap verborgen spoorlijn kon slechts gedeeltelijk gebruikt worden doordat diverse belangrijke bruggen in 1940 de lucht in geblazen waren. Na gedeeltelijk herstel werd er kalksteen die in Franse groeves gewonnen werd per spoor naar de Duitse industriegebieden vervoerd, maar kort voor het eind van de oorlog kwam opnieuw een eind aan het treinverkeer doordat terugtrekkende Duitse troepen een zevental belangrijke spoorbruggen wederom de lucht in joegen.
Nadat Elzas-Lotharingen na de oorlog weer Frans werd en de spoorlijn in samenwerking met het Amerikaanse leger grotendeels hersteld was, liepen er nog enkele jaren passagierstreinen over het traject, totdat in de jaren 50 het verkeer langzaam tot stilstand kwam en de aan de rails grenzende terreinen aan gemeentes en particulieren werd verkocht. In 1967 werden dan de laatste rails verwijderd en in hoogovens omgesmolten tot herbruikbaar staal.
Wat overbleef was een lege diepe geul in het landschap die langzaam groener en groener wordt. En hier of daar een verlaten tunnel. Wachtend op een trein die nooit meer zal komen.
Even verderop integreren de bemoste betonnen ouvrages van de Maginotlinie traag met de natuur. Binnen in de trappenhuizen klatert het water onophoudelijk neer. Kalkwater en roest worden één met een geschiedenis die langzaam verdwijnt.

De oorlog is voorbij …


Tunnel de Dalheim

Petit Ouvrage de Hobling

Abris de Bois de Klang (mei 2010)

Abri de Bois de Klang (mei 2010)

woensdag 12 mei 2010

Spreken is zilver, zwijgen is goud

Johannes Nepomuk
Johannes Nepomuk. Geboren rond 1350 in Pomuk nabij Plzen/Tsjechië, zoon van een rechter, genoot een degelijke opleiding in een cisterciënzer klooster, studeerde aan de Praagse Universiteit en werd uiteindelijk doktor in de theologie te Praag en later ook nog doktor in het kanoniek recht te Padua. Gewapend met een meer dan gemiddelde intelligentie, met een grote beroepscarrière voor zich, besloot hij een geheel andere weg in te slaan. Johannes wilde pastoor worden.
Nadat hij tien jaar lang notaris bij het aartsbisschoppelijke gerechtsgebouw in Praag geweest was werd hij in 1380 tot priester ingewijd en tot pastoor in de Praagse Sint-Galluskerk aangesteld. Daar bekommerde hij zich in het bijzonder om Duitse kooplieden. In 1389 werd hij benoemd tot hoofdvicaris in Praag, iets dat zeer goed bij zijn inzet, vaardigheden en persoonlijkheid paste, maar door de aanhoudende bemoeienis van Koning Wenceslaus IV werden zijn werkzaamheden alsmaar moeilijker uit te voeren.
Op 20 maart 1393 nam zijn leven een noodlottige wending. Samen met twee andere kerkbroeders werd Johannes gevangen genomen door de koning die hem ernstig liet mishandelen en martelen. De legende zegt dat Wenceslaus zijn zesde vrouw Sophia ervan verdacht hem ontrouw te zijn geweest. Wenceslaus vermoedde dat Sophia haar geheim had opgebiecht bij priester Nepomuk en probeerde door marteling Nepomuk aan het praten te krijgen. Nepomuk hield echter vast aan het biechtgeheim en vertelde koning Wenceslaus geen woord van wat hij van Sophia gehoord had. Uiteindelijk kon Wenceslaus zich niet langer beheersen, greep naar de pekfakkels waarmee hij Johannes ernstige brandwonden toebracht, sleepte hem door de straten van Praag gesleept om hem tot slot met geboeide handen en voeten van de Karelsbrug in de Moldau te werpen.
Johannes verdronk zonder ooit een woord aan Wenceslaus verteld te hebben
Sindsdien vindt men Johannes Nepomuk op vele bruggen over de gehele christelijke wereld terug. Beschermer van bruggen, beschermheilige van het biechtgeheim, vaak aangeroepen om de door laster aangetaste goede naam van mensen te beschermen.
Ook op deze brug houdt Nepomuk zijn wijsvinger voor de mond als teken dat hij het geheim nooit of te nimmer zal doorvertellen. Geen laster over zijn lippen. De drakenslang is symbolisch naar zijn linker, vrouwelijke zijde toegewend. Moses hing de slang als teken van het leven op een staaf, wie haar aankijkt zal van de dood gered worden. De haas naar zijn andere, mannelijke zijde toegewend, staat symbool voor vruchtbaarheid en het nieuwe leven.
“Aldus dien je in alle dingen broeder en zuster tegelijk zijn”.

Wat Bloodwoosj zich nou afvraagt: wat zou er toch met de vorige vijf vrouwen van Wenceslaus gebeurd zijn?
Pssssst. Niet verder vertellen hoor!

Kallbrücke Simonskall

zondag 9 mei 2010

In Plèchti kan dat gewoon

Zondag 9 mei 2010. Moederdag. Feest.
En wat doet men als er feest is? Juist ja, feestvieren! En waar weet men beter hoe dat moet dan in Plèchti? Plèchti, het in Nederland (gelukkig) nog niet zo bekende zigeunerdorpje waar men er ons vreemd voorkomende, maar al eeuwen lang diep gewortelde culturele tradities op nahoudt. De kippen lopen er nog over tafel, inwoners treden er massaal onheus met elkaar in de echt, er gaat geen nacht voorbij of ergens –zij het in een klein cafeetje of soms ook midden op het dorpsplein- wordt wel de beest uitgehangen door een feestvierende menigte, op zowat elke belangrijke straathoek staat een kebabtent waar gans de dag uitsluitend kebab met salade, tomaten en uien over de toonbank vliegt. Burgemeester Toma loopt er doorgaans ondanks de zomerse warmte regelmatig met een bontmuts op, de status van een familie valt af te lezen aan de dikte van de zegelring om de linkerpink maar pas op: zonder snor ben je er een nobody. Men spreekt er Plèchtiaans, een mengelmoesje van Jiddisch, Servisch, Romani, Italiaans, Arabisch en Frans. Bestel je er bij de afhaalchinees een Bami Goreng met sambal, is de kans groot dat je als gevolg van de Babylonische spraakverwarring naar huis gaat met een gebraden halve haan gevuld met gestoofde kweepeertjes. De hoog-alcoholische , uiteraard illegaal gestookte, brandewijn wordt de plaatselijke jeugd al vanaf jonge leeftijd met de paplepel ingegoten. Alcoholcontroles kent men er niet, oom agent die iemand in het pijpje laat blazen is hen vreemd maar geef ze een trombone, klarinet of trompet in de hand en koning keizer admiraal, blazen kunnen ze plots allemaal. De Mona Lisa staat er niet bekend als dat bekende schilderij van die dame met de mysterieuze glimlach, maar is gewoon een verwijfde dorpsgek die er dag in dag uit in zijn favoriete bloemetjesjapon rondhuppelt.
Het dorp heeft, of beter gezegd, had maar één muziekgezelschap: La Caravane Passe. De naam zegt het al: van een lang verblijf is nergens sprake. Uitgekotst door hun eigen dorpsgenoten omdat ze “Bouca” hadden met de buren en van geen ophouden wisten, zwerven ze nu als nomaden over de wereldbol.
Het echt onheuse dorp Plèchti, gelegen even ten westen van de Zwarte Zee, zo ongeveer halverwege de regenboog van Parijs naar Transsylvanië. Vandaag waren we er even op bezoek. Omdat we er toch waren zijn we er maar meteen getrouwd. Geen papierwinkel of bezwaarprocedure vooraf.
In Plèchti kan dat gewoon...

Mona Lisa (rechts met dirigeerstokje)

Burgemeester Toma (links, bontmuts net tevoren afgezet wegens zweetvlekken)

La Caravane Passe

En gewoon doorspelen op het trouwfeestje !

zaterdag 8 mei 2010

Mama's Pride: Get on the good foot

Funktransplant live @ Mama's Pride 8 mei 2010
Zojuist zijn B&B naar de eerste avond van het in os eige Gelaen georganiseerde Mama’s Pride popfestival geweest en mochten daar een optreden meemaken van The Funktransplant & Joe “Defunkt” Bowie. Je ziet het niet vaak meer maar gelukkig bestaan ze nog: bands die niet vallen voor arrogantie of geld, die zelf uit hun dak gaan bij ieder optreden, waar het plezier vanaf straalt en die (terecht) teleurgesteld zijn als de organisator ze vanaf de zijlijn staat toe te gebaren dat ze nu echt moeten stoppen,
“Jamaar, wel willen nog zo graag een laatste nummer spelen. Het is een echt vet nummer!” was er nog net uit de mond van een van de zangeressen te horen voordat haar volume door de geluidsman dichtgedraaid werd.
“Nee dat kunnen we echt niet maken” roept vervolgens de moderator door de microfoon.
Inderdaad jongens, dat kun je niet maken als de wethouder van cultuur ook zonodig het podium op moet om aan te kunnen kondigen wie hierna nog komt. Logisch want zometeen moet er iemand optreden die veel belangrijker is (lees: die meer geld heeft gekost). Welnu, van ons had Caro Emerald die op lauwe wijze haar dingetje staat te doen niet zonodig gehoeven. Na een vijftal zielloze songs nog steeds een stijf kijkend gezicht, dus B&B afgetaaid naar huis. Nee, dan The Funktransplant, dat was nou nog eens wat je noemt een vette sound met ziel.
Tear the roof down sucker. Funkenstein is still alive !
Al ietsje langer trouwens dan vandaag ;-)
We schrijven het jaartal 1981.
De jeugdige Bloodwoosj en zijn even jeugdige buurjongen delen een passie voor muziek. Buurjongen voor het maken ervan op zijn buegel, Bloodwoosj niet zo zeer voor het spelen van een muziekinstrument, maar des te meer voor het luisteren ernaar. Ondanks onze ruim uiteenlopende smaken was er één gemeenschappelijke factor: de eind jaren zeventig opgekomen jazz-funk en funk-rock stroming. En dan met name het gebruik van de basgitaar daarin.
Als Larry Graham hamerde en plukte gingen we compleet uit ons dak. Stanley Clark had een zeer tot onze verbeelding sprekend nummer getiteld “Play the bass 10^3”. Via Jaco Pastorius hoorden we op een elpee voor het eerst wat een fretloze bas was. Overigens, voor kinders van de eenentwintigste eeuw die niet weten wat een elpee is: een elpee is zoiets als een ceedee, maar dan groter en zwart, met zijn 30 cm doorsnee dermate onhandelbaar dat je er een waar gevecht mee moest leveren op je fietsje in de wind om hem zonder kleerscheuren thuis op de platenspeler te krijgen.
Op een saaie zaterdagochtend werd het plan geboren om de wereld mede te delen wat het vetste instrument op deze aardkloot was. SMS, e-mail, twitter, blogs, het moest allemaal nog uitgevonden worden, maar deze twee pubers wisten wel raad met de verspreiding van “het woord”.
Na een vlijtig middagje stratenmakersarbeid was het dan zover, onze boodschap was klaar. Middels een zestigtal ondersteboven gedraaide stoeptegels (van onder hadden ze een iets lichtergrijze kleur dan van boven) werd “het woord” de wereld in gestuurd. Met metersgrote letters stond er te lezen:

BASS !!!


Het moet gezien kunnen zijn door zowat iedere toerist als die vanuit zijn -op wat toen nog gewoon vliegveld Beek heette- naderende vakantievliegtuig door het kleine ronde raampje tijdens de landingsprocedure naar beneden keek. Jaren lang is het zo blijven liggen, totdat de gemeente het nodig vond de tegels in de hele straat eens op te kuisen en netjes in het gareel terug te plaatsen.
Jammer dat we het zelf nooit van boven hebben kunnen zien.

Nog een liedje! Nog een liedje!

 Funktransplant live @ Mama's Pride 8 mei 2010

maandag 3 mei 2010

Baby you can drive my car (R.I.P.)

Baby you can drive my car

Schreven we gisteren over een sprookje dat nog leeft, vandaag moeten we ons helaas beperken tot een sprookje dat definitief de geschiedenisboeken in is gegaan.
Wat is het geval? Enkele weken geleden werd door de gemeente Chatillon (Zuid-België) op straffe van een boete van 250 euro per achtergebleven autowrak, een begin gemaakt met het opruimen van de bossen in de omgeving van het dorp. De wrakken, soms zeer natuurlijk uitziende roestbakken, waren op menige plek volledig door de natuur overgenomen. Een kleinere bossage langs de openbare weg werd inmiddels gekapt en ontdaan van de enkele decennia geleden aldaar door een autohandelaar achtergelaten karkassen. Aan een tweede bossage zijn de werken ook al gestart en een groter stuk dennenbos even verderop met zo’n 200 auto’s dat op privéterrein ligt is op korte termijn eveneens voltooid verleden tijd.
Het was een waar fotoparadijs voor urbex-fotografen en de locatie werd dan ook zo goed en kwaad als het kon geheim gehouden. Totdat vorig jaar een of andere journalist het nodig vond een reportage te maken.
Tsja, en nu is het sprookje uit.

Chatillon  / sept. 2008

Chatillon 2 / sept. 2008

zondag 2 mei 2010

La belle au bois dormant / De schone slaapster

De schone slaapster
7 Augustus 1864, haar achttiende verjaardag, de dag dat ze volwassen werd, maar ook de dag dat ze stierf. Haar ouders waren ontroostbaar en wendden zich tot een bekende beeldhouwer in een poging de herinnering aan hun stralende meisje levend te houden. Het marmeren meesterwerk dat de kunstenaar bijna een jaar later afleverde mag ronduit betoverend genoemd worden. Werd hij geïnspireerd door de sprookjes van de gebroeders Grimm? Of wellicht door Charles Perrault, schrijver van o.a. moeder de gans?
Zo wit als sneeuw, met een lichte mysterieuze glimlach rond haar mond, dromend van de prins op het witte paard ligt ze nu al 145 jaar, beschermd door een glazen vitrine, op het kerkhof van Robermont te Luik, wachtend op de dag dat de prins haar zal komen ontwaken.
Ze is niet dood. Ze slaapt slechts…

La belle au bois dormant

zaterdag 1 mei 2010

Schijn bedriegt

Vollrather Höhe


Wat een lieflijk plaatje nietwaar?
Afgelopen woensdag geschoten tijdens een wandeling. Blauwe lucht met wat lichte sluierbewolking, uitgestrekte velden vol koolzaad en daarboven uit een tiental windturbines. Welkom op de Vollrather Höhe, circa 35 kilometer ten oosten van de Nederlandse grens bij Roermond, enkele tientallen kilometers zuidwestelijk van Düsseldorf.
De naam van deze 187 meter hoge bult in het landschap (die zoals op de foto hierboven te zien is van boven afgeplat werd) is afkomstig van het inmiddels verdwenen landgoed Vollrath. Momenteel herinnert nog slechts een gedenksteen aan het feit dat het landgoed hier ooit geweest is. Vollrath (en ook tal van andere landgoederen en boerderijen in de buurt) werd in 1953 afgebroken omdat er onder de grond bruinkool te vinden was. Nadat eerst de hele omgeving kaal gemaakt en de bovenlaag afgegraven werd kon aan de winning van bruinkool uit groeve Garzweiler I begonnen worden. De totale oppervlakte van groeve Garzweiler I bedroeg 66 km². Een grote gapende wonde in het landschap. In de zoektocht naar steeds schaarser wordende fossiele grondstoffen werd inmiddels een concessie verkregen voor groeve Garzweiler II, met 48 km² niet veel kleiner. Waar in Nederland enkele tientallen actievoerders met succes dagen achter elkaar het landelijk journaal halen bij een protestactie om het kappen van een stuk bos van nauwelijks meer dan twee voetbalvelden, lijkt het in Duitsland de gewoonste zaak van de wereld om complete dorpen met de aardbodem gelijk te maken zonder dat er een haan naar kraait. Ook voor Garzweiler II, een gigantisch gat in de aardbodem, moesten inmiddels meerdere duizenden mensen uit diverse dorpen en dorpjes gedwongen uit hun huizen vertrekken en zullen er nog enkele duizenden gaan volgen tot in 2048.
De straat waarin je gewoond hebt, de school waar je hebt leren schrijven en rekenen, het voetbalveld waar je altijd rond rende in je jeugd, alles wordt gesloopt en afgebaggerd. Een traumatische ervaring, zeker als je mag toezien hoe zelfs het kerkhof ontmanteld wordt om de doden elders te herbegraven.
Energiegigant RWE (jawel, diezelfde firma als onlangs in Nederland Essent overnam) vreet zich langzaam van Oost naar West door het landschap van de deelstaat Nordrhein Westphalen en laat daarbij een spoor van vernieling en vernieuwing achter. Complete autobanen worden gesloopt en enkele jaren later als de baggers langs zijn weer opgebouwd op kosten van het bedrijf.
De firma gaat er prat op het beste met het milieu voor te hebben, maar onderzoek heeft inmiddels uitgewezen dat de zogenaamde gerecultiveerde gebieden die ontstaan na het opvullen van de afgegraven gebieden met een nieuwe toplaag zeer monotone biotopen zijn. Waar vroeger ettelijke duizenden dieren en plantensoorten voorkwamen is de nieuwe natuur erg eenzijdig en beperkt tot een maximum van 400 soorten. Zo komen op de afvalbergen rondom Garzweiler erg veel berkenbomen voor en weinig andere soorten. Logisch, want berken zijn bij uitstek een soort die op schrale grond goed gedijt.
De geplaatste windmolens, inderdaad een milieuvriendelijke vorm van energiewinning, leveren echter slechts een schijntje van de enorme hoeveelheid die door verbranding van kolen in een centrale geleverd wordt.
Ter vergelijking: om evenveel energie te kunnen leveren als de enkele kilometers verderop liggende bruinkoolcentrale, zijn 4935 (vierduizendnegenhonderdvijfendertig!!!) windturbines van het type Tacke TW600 nodig. Op de Vollrather Höhe staan er 13 …


Nog steeds een lieflijk plaatje?
Kijk dan eens naar de foto’s hieronder die Bloodwoosj eerder maakte alles binnen een straal van 8 km van het lieflijk plaatje aan het begin van deze blog.

Staande aan de rand van Garzweiler II

Gigantische bagger


Een van de vele huizen in Holz

De school van Otzenrath

Otzenrath (of wat er nog van over is) aan de rand van de afgrond

Huizenfolder op de grond van een makelaarskantoor dat ook gesloopt gaat worden

Kein Weg zurück ...

Die Seele bleibt hier ...

dinsdag 27 april 2010

Vervoer op maat

Boodschappen bij de kruidenier op de hoek doe je met de benenwagen. Even verderop in het winkelcentrum kom je het makkelijkst met de fiets. Moet er onverhoopt nog wat verder gereden worden, bijvoorbeeld voor de weekendinkopen, dan nemen we de auto. Bloodwoosj gaat er mee naar het werk, Bloomefiemel heeft een bestelauto om het bloemwerk te bezorgen. Op vakantie hebben we het liefst zo weinig mogelijk aan ons hoofd en wordt bij voorkeur de trein genomen. En zijn we in een stad als London of Parijs: de metro is de ideale oplossing om van A naar B te komen..
Voor ieder vervoersprobleem is er een passende oplossing.
Maar eigenlijk misten we nog iets: een vervoermiddel dat snel, wendbaar, makkelijk parkeerbaar is en toch niet al te veel ruimte inneemt.
Zeg maar een vliegtuig dat als het effe kan in de fietsenstalling past.
Eigenlijk verkeerden we al jaren in de veronderstelling dat onze vervoerswens een utopie zou zijn, totdat we afgelopen zondag op vliegveld Geilenkirchen hem tegen het lijf liepen: De Vliegende Vlo.
Voor Bloomefiemel met schoenmaatje 36 de passende oplossing.

Bloomefiemel onder de vliegende vlo

Technische Specificaties:
-aantal personen: 1
-hoogte: ca. 1.85 meter
-lengte: 3.80 meter
-spanwijdte: 6.10 meter
-max snelheid: ca. 140 km/h
-leeg gewicht: ca 170 kg
-max. laadgewicht: ca. 315 kg
-motor: Rotax 52 pk
-minimum lengte startbaan: 50 meter
-de plexiglas cockpit is optioneel en kan bij mooi weer verwijderd worden

Bouwtekening vliegende vlo

Kortom, als je hem er dwars inrolt past hij thuis in de garage, starten en landen kan al op de parkeerplaats van een doorsnee winkelcentrum, in de file staan is er niet meer bij en binnen een uur vliegen ben je in Noord-Frankrijk…

maandag 26 april 2010

Mens versus Natuur

Tijdens een lange wandeling in de buurt van Marche-les-Dames (provincie Namen, België) afgelopen zaterdag kwam Bloodwoosj weer eens langs een groot gat. Ditmaal was het een mergelgroeve van de firma Gralex te Beez. Hier wordt sinds 1848 kalksteen gewonnen die voornamelijk als grondstof voor de productie van cement gebruikt wordt.
Ooit kon je hier rechtdoor lopen maar nu is er een gat tussen hier en de overkant
De steengroeve van Beez is één van de 15 actieve productiecentra van de firma en is jaarlijks goed voor meer dan 1 500 000 ton mergelsteen, zijnde ruim 15% van de totale jaarproductie van het bedrijf.
Dat is meer dan 5000 ton mergel per werkdag uit een gat dat qua oppervlakte nu al bijna een vierkante kilometer (zeg maar 200 voetbalvelden groot) bedraagt en aan de oostkant nog uitgebreid gaat worden.
Zoek de graafmachine
Het is indrukwekkend om te ervaren hoe klein je je als mens voelt als je aan de rand van zo’n groot gapend gat staat. Fascinerend en beangstigend tegelijk.
Fascinerend om te zien welk een kleurenpracht er onder het aardoppervlak te vinden is. Fascinerend ook om te zien hoe klein graafmachines of transportbanden lijken in zo’n groot gat.
Beangstigend als je beseft dat dit mooie schouwspel gecreëerd is door de mens in zijn zucht naar steeds nieuwe natuurlijke bronnen om in een ongeremd expanderende economie tot inzet gebracht te worden.
Paradijs voor mineralogen
Mineralogen duiken met graagte het gat in op zoek naar prachtige kristallen van soms de meest exotische soorten. Natuurbeschermers en lokale bewoners verzetten zich in actiegroepen tegen de invloed van een bedrijf dat hun woon en leefomgeving ingrijpend en vaak voor zeer lange tijd muteert. En dan zijn er ook nog de tientallen werknemers die voor hun broodwinning afhankelijk zijn van de groeve. Een complex aan tegenstellingen dat de onpartijdige toeschouwer aan de zijlijn ook danig in verwarring kan brengen.
Ooit zal er, hetzij door uitputting, hetzij door alternatieven een eind komen aan het groter worden van het gat.
Ondanks het mede door de overheid opgelegde milieubeleid lijkt er voorlopig niks beter op te zitten dan dat we met zijn allen ons best blijven doen onze kinderen te leren dat we zuinig moeten zijn op datgene wat moeder natuur ons gegeven heeft.
Illegale bandendump in de buurt
Deze plek bekijken op Google Earth? Klik dan op de link naar Beez.kmz

woensdag 21 april 2010

De Lente een maand oud

We hebben afgelopen winter flink wat sneeuwperiodes gehad, zelfs in Februari heeft er even wat gelegen en vroor het nog flink. Op 21 maart is dan officieel de Lente begonnen, maar het duurde nog een kleine maand eer Moeder Natuur een blik op de kalender wierp en begreep dat het nu toch echt de hoogste tijd werd om wat voorjaarsgroen te laten zien. Afgelopen weekend was dan het eerste echte Lenteweekend, zowel qua temperatuur (+20 graden) als qua zonneschijn. B&B grepen dat aan om een bloesemwandeling te maken in de Belgische fruitstreek Haspengouw. Daar was goed te zien hoe vooral het hoogstamfruit (peren en kersenbomen) flink in de bloei stond. De appels die vooral te vinden waren aan de lagere stammen hebben nog een week of wat nodig om hun volle pracht te tonen.
Gedurende een rondwandeling van een kleine 8 kilometer, startend in Hoepertingen en vervolgens via veldwegen richting Zepperen werden er flink wat foto's gemaakt van al dat schoon. Hieronder een korte beeldimpressie.





blik op Hoepertingen

bloesem in close up

houtsnijwerk in de kerk van Zepperen

kontjes in de schaduw

witter dan wit